Prisma in 2016

Dromen over Prisma in 2016

Dit document is gemaakt naar aanleiding van gesprekken met personeelsleden van Prisma tijdens de studiedag van 10-11-2006 en gesprekken met ouders. Het wordt gebruikt om de missie en visie te vertalen naar een concreet beeld dat richting geeft aan het te ontwikkelen beleid. Meer dan alleen school en KDC maar steunpunt voor mensen met een verstandelijke beperking in de Alphense stadsregio.

Inleiding

Om een kader te hebben voor toekomstig beleid is dit beeld van de toekomst geschetst. Doel is komende plannen te toetsen aan dit beeld. Het beeld is tot stand gekomen na raadpleging van personeel en ouders aan wie de vraag gesteld is “hoe zou de ideale school eruit zien”.

Het gebouw

Op het terrein aan de Boterbloemweg staat het hoofdgebouw voor de SO afdeling van school en het KDC en daarnaast op het terrein aan de Hoefbladstraat het tweede gebouw voor de VSO leerlingen waar ook de medegebruikers in gehuisvest zijn. Het tweede gebouw biedt huisvesting aan school, en partners. Het gebouw wordt  gebruikt als buitenschoolse opvang voor kinderen met een beperking en voor het geven van cursussen en ontspanningsmogelijkheden in de avonduren.

Er zijn verhuurmogelijkheden voor buurtinitiatieven aangezien het tweede gebouw speciaal ontworpen is voor school en medegebruikers door een flexibele bouw en gescheiden zones. De onderwijsruimten zijn flexibel in te delen, b.v. door middel van schuifwanden. Er is de mogelijkheid om in realistische woon en werksituaties te oefenen.

Het gebouw beschikt over een grote aula voor vieringen feesten en bijeenkomsten en heeft eenvoudige theatervoorzieningen. De verkeerssituatie is veilig en aangepast aan het leerlingenvervoer. In nabijheid van de school zijn zoveel mogelijk voorzieningen die horen bij wonen, werken en vrijetijd.

De school

De school is ingedeeld in organisatorische eenheden van 4 groepen die globaal te onderscheiden zijn in de leeftijd 4 tot 7, 7 tot 12, 12 tot 16 en 16 tot 20 jaar. Elke leeftijdsgroep heeft andere onderwijsaccenten.

Binnen deze organisatorische eenheden zijn de groepen ingedeeld volgens de te verwachte uitstroom en is de inhoud van het onderwijs hierop aangepast. Het totaal aantal groepen zal 16 à 20 bedragen met een gemiddelde groepsgrootte van 10.

We zijn een brede school die ook naschoolse activiteiten faciliteert. Kinderen kunnen vanuit school vertrekken naar hun sport en vrije tijdsactiviteiten en worden daarna weer in het gebouw opgevangen tot ze naar huis gaan, eventueel gebruiken ze de avondmaaltijd in het
gebouw.

Plaats in de Alphense gemeenschap

Onderwijs

Er zijn nauwe banden met de Alphense basisscholen. Er is een expertisecentrum van waaruit scholen ambulante begeleiding kunnen krijgen op het gebied van deskundigheid en materialen. In overleg met ouders en basisscholen zijn vele vormen van deelplaatsing mogelijk, bijv. 3 dagen Prisma 2 dagen basisschool enz.

Voor het voortgezet speciaal onderwijs zal de kern van het onderwijs op Prisma plaats vinden maar middels symbiose onderwijs (leerlingen krijgen onder begeleiding van een Prisma personeelslid les van een vakleerkracht van het VMBO) zal er een keuze curriculum zijn voor  verschillende uitstroomprofielen. De keuze van de praktijkvakken wordt bepaald door de mogelijkheden die er zijn om een werk of dagactiviteiten plek te krijgen.

Uitstroom is er naar de schoonmaakbranche, groenvoorziening, productiewerk, horeca (grootkeuken en bediening), detailhandel (o.a. vakkenvullen) Er is een intensieve samenwerking met het praktijkonderwijs en het Wellantcollege. Er is de mogelijkheid om erkende deelcertificaten te behalen.

Door voorlichting, uitwisseling, samenwerking en stages van PRISMA leerlingen maken reguliere leerlingen kennis met wat het betekent om een verstandelijke beperking te hebben.

Zorg

Er is nauwe samenwerking met het KDC de scheidslijn is niet absoluut en financiering kan vanuit zorg of onderwijs gerealiseerd worden. School en KDC maken intensief gebruik van elkaars materialen en er is een nauwe samenwerking bij complexe vraagstellingen. Er is een financiële constructie waardoor deelplaatsingen mogelijk zijn en er is een aanbod in gecombineerde zorg en onderwijs arrangementen.

In het gebouw zal MEE het loket zijn waar leerlingen en ouders kennis kunnen maken met de verschillende woonmogelijkheden voor mensen met een verstandelijke beperking. De paramedische zorg van een fysio- ergotherapeut en logopediste kan op school onder schooltijd verzorgd worden.

Werk

Er zijn goede contacten opgebouwd met Alphense ondernemers die voorgelicht zijn over het sociaal veilig maken van hun bedrijf voor mensen met een verstandelijke beperking. De school heeft een ruim aantal stageplaatsen die niet concurreren met de praktijkschool. Vanuit het steunpunt kan advies gegeven worden om uitstromende leerlingen met een Wajong uitkeringen een werkplek in het vrije bedrijfsleven te geven.

Een plaatsing van een stagiaire van PRISMA in het vrije bedrijfsleven begint met voorlichting aan het personeel van het vrije bedrijf, dit om begrip te kweken voor de (on)mogelijkheden van de stagiaire. De leerlingen die de school verlaten hebben een portfolio waarin hun speciale kenmerken zichtbaar zijn, zo kan een werkgever zien wie er bij hem komt werken.

Als de stage verandert in een aanstelling wordt zeker in het begin de begeleiding overgenomen door een daarvoor geëigende instelling die de jobcoaching verzorgt.

De maatschappij

De gemeentelijke voorlichting zal gecoördineerd worden vanuit het Expertise Centrum Prisma. De integratie van de mens met een verstandelijke beperking start vanuit NUTS instellingen zoals bibliotheek, gemeentehuis, scholen. Variërend in niveau b.v. stagiaires die helpen in de kantine tot beheren van de sleutel van het toilet in de bibliotheek.

Er zijn mogelijkheden om vrijwilligerswerk te doen tegen een geringe beloning en met een verplichtend contract voor mensen met een verstandelijke beperking zoals meewerken in een verpleeghuis of kinderdagverblijf.

Er zijn vormen van vrijetijdsbesteding op het terrein van dromen over Prisma in 2016 sport, sociaal en cultureel, verenigingen en bedrijven hebben een aanbod voor mensen met een verstandelijk beperking dat sociaal veilig is.

Het onderwijs

De organisatie

Er is een zeer flexibele en open organisatie. De school is vangnet voor kinderen die op grond van een beperkte intelligentie aangewezen zijn op dit onderwijs. Veel kinderen zullen tot hun 6ejaar gebruik kunnen maken van regulier onderwijs maar zijn dan al bekend met PRISMA door een bezoek van de ouders aan school.  Kinderen stromen in uit het regulier onderwijs op alle leeftijden met pieken op 4, 6 en 12 jarige leeftijd.

Er is 1 algemeen directeur en  adjunct-directeuren/coördinatoren voor het SO en voor het VSO. De leerlingenzorg wordt georganiseerd door interne begeleiders. Een belangrijke functie vervullen de stagecoördinatoren, zij zijn de schakel tussen uitstroomplekken en de school. Dankzij de stagecoördinatoren en de stagebegeleiders gaat er geen leerling van school zonder een werk of dagactiviteitenplaatsing.

Er wordt flexibel gebruik gemaakt van de ruimten binnen en buiten de school. De ouders van de leerlingen zijn educatief partner en denken en werken actief mee over/aan de onderwijsinhoud van hun kind.

Er wordt voortdurend en kritisch gekeken of administratieve en bureaucratische processen een  meerwaarde voor het onderwijsproces hebben en de mate van belasting die dit voor het onderwijzend personeel met zich meebrengt.

De inhoud

Leidraad zijn de kerndoelen ZML. Het onderwijs houdt rekening met de verwachte uitstroomprofiel waarbij we driehoofdprofielen onderscheiden:

Het onderwijs is gericht op de vaardigheden die voor het uitstroomprofiel passend zijn. Er ligt een nadruk op communicatie en het gebruik van de moderne communicatiemiddelen, dankzij scholing in het gebruik van ICT is er sprake van een grotere integratie van de leerlingen. Alle schoolvakken hebben een directe link naar de praktische toepasbaarheid.

Over de inhoud van het onderwijs aanbod is overleg met de ouders tijdens de bespreking van het handelingsplan. Als de leerlingen ongeveer 16 jaar zijn wordt met de leerling, ouders en school een transitieplan opgesteld, hierin wordt vastgelegd wat de leerling de laatste 4 jaar nog verder gaat ontwikkelen om voorbereid te zijn op een  passende werk of dagactiviteiten plaats na school.

Binnen het VSO wordt een groot deel van het onderwijs ingevuld met interne en externe stages. De leerlingen beginnen met taken in de klas zoals bijv. het verzorgen van de planten. De volgende fase is interne stage zoals o.a onderhoud schoolterrein, grafische werkzaamheden en schoonmaak. Daarna volgt stage buiten school b.v. een huishoudelijke stage in een gezin en werken bij de sociale werkvoorziening. Om de kans op integratie en acceptatie binnen de maatschappij te vergroten is sociale vaardigheden een belangrijk vak.

De klas

In de SO onderbouw, tot een leeftijd van ongeveer 8 jaar, bestaan  de groepen uit maximaal 8 kinderen. Nieuwe leerlingen starten met een observatieperiode en daarna wordt bepaald in welke groep ze komen. Het leren doen de kinderen vooral in spelsituaties waarbij veel motorische activiteit mogelijk is.

In de SO bovenbouw is nog veelal sprake van een stamgroep die gedurende bijna de hele week bij elkaar is, de groepen zijn samengesteld, rekening houdend met o.a. verwachte uitstroom en leerstijl. Door rekening te houden met de leerstijl van de kinderen zullen de “leergroepen” wat groter kunnen zijn. Hierdoor wordt het ook mogelijk om bij de groeps-grootte rekening te houden met het type kind.

Elke groep heeft een fulltime leerkracht en assistent. Er zijn momenten dat er met een niveaugroep gewerkt wordt aan cognitieve vaardigheden.

Zowel in het SO en VSO is ruime aandacht voor totale communicatie. Dit is o.a. zichtbaar in de bewegwijzering, het planbordensysteem en pictoleesmethode die gebruik maakt van de PCS symbolen (Picture Communication Symbols), verantwoordelijk voor de afstemming is de afdeling logopedie.

In het VSO zijn de leerlingen steeds meer in het voor hun geschikte uitstroom profiel gekomen. Zij zitten in stamgroepen die ingedeeld zijn naar verwachte uitstroom. Het grootste deel van de lestijd krijgen de leerlingen in kleine groepjes van ongeveer 7 leerlingen les van vakleerkracht-ondersteuners en leerkrachten in de verschillende algemene- en praktijkvakken, zoals o.a. ICT, sociale vaardigheden, wereldoriëntatie, schoonmaken, horecahygiëne en vaardigheden, groen (zowel werken in plantsoenen als interieurbeplanting), techniek enz.

De leraar

Is verantwoordelijk voor de coördinatie van het onderwijs aan de leerling. In deze taak wordt de leraar gesteund door een multidisciplinair team. Voor specifieke hulpvragen van leerlingen
is er ondersteuning van een intern begeleider. In de klas zitten ook Intensief te Begeleiden Leerlingen, deze hebben de Meervoudig Gehandicaptenstatus. Deze krijgen naast het onderwijs in de stamgroep extra ondersteuning in of buiten de klas op een specifiek onderdeel van de het handelingsplan dat in overleg met ouders is vastgesteld b.v. zindelijkheidstraining, communicatie, denkstimulering.

Voor de administratie van de vorderingen wordt gebruik gemaakt van een digitaal leerlingvolgsysteem dat handelingssturende informatie geeft. Naast de leervorderingen is er ook een goed registratie van persoonskenmerken van de leerling. Zoals b.v. leerstijlen voorkeuren, werkzaamheden en aanspreken, aanwijzingen totale communicatie enz.

De stamgroep krijgt  veel realistische input vanuit de maatschappij door het ontvangen van gasten en het op bezoek gaan bij bedrijven en instellingen. Om dit te realiseren beschikt de school over goede mogelijkheden tot leerlingen vervoer.

Helpen jullie mee de droom waar te maken? -Fons Simon, November 2006



 bekijk bericht als .pdf